De fossielen die in La Brea zijn opgegraven dateren van tussen de 120.000 en 40.000 jaar, dus uit het geologische tijdperk het Pleistoceen. De fossielen hier tonen een ecosysteem dat een beetje doet denken aan dat van Afrika tegenwoordig, tijdens de ijstijd werd Midden-Amerika bevolkt door grote herbivore zoogdieren zoals olifanten en Mastodons. Ook kwamen er paarden, kamelen en lama's voor, en eveneens bizons, de tegenwoordig nog steeds leven. Deze dieren behoorden tot de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika en Eurazië, maar in La Brea kwamen ook dieren voor die uit een heel ander gebied afkomstig waren, de meest in het oog springende zijn de grondluiaards. Grondluiaards, zoals de in La Brea gevonden Glossotherium, waren miljoenen jaren geleden ontstaan in Zuid-Amerika. Doordat tijdens de ijstijd de zeespiegel daalde werden Noord- en Zuid-Amerika voor het eerst sinds het Krijt weer met elkaar verenigd, en wederzijds kwamen dieren de nieuwe werelden koloniseren. Zo trokken grondluiaards richting het noorden, en de dieren van Noord-en Zuid-Amerika ontmoeten elkaar in La Brea. Dit is één van de boeiende aspecten van La Brea, het is een mix van dieren uit de twee verschillende continenten.
Behalve de hierboven genoemde grote herbivoren zijn er uiteraad ook grote en imposante carnivoren gevonden in La Brea, en zij zijn in feite ook de reden dat het gebied nu zo'n belangrijke vindplaats is. De voornaamste roofdieren waren waarschijnlijk de sabeltandkatten, zoals Smilodon fatalis met de groote van een leeuw en 300 kilo zwaar, die in grote getalen in La Brea is gevonden, en (in veel mindere mate gevonden) Homotherium serum. De grootste katachtige was de Amerikaanse leeuw (Panthera atrox), maar de rol van grootste carnivoor was weggelegd voor de Short-faced Bear (Arctodus simus), deze geheel carnivore beer was met een schouderhoogte van 1 meter 70 een indrukwekkende verschijning, en ondanks een gewicht van 7-800 kilo een snelle jager. Maar het meest voorkomende grote roofdier was de Dire Wolf (Canis dirus), met ongeveer 2000 fossiele individuen (Sommige bronnen zeggen zelfs 3600 individuele wolven) is het het meest voorkomende grote dier in La Brea, van geen ander prehistorisch zoogdier zijn zo veel fossielen gevonden.
Zoals gezegd zijn de roofdieren de reden voor het grote aantal fossielen in La Brea. In feite zijn 90% van de gevonden soorten carnivoren, terwijl gewoonlijk in een ecosysteem met warmbloedige roofdieren de herbivoren veel meer voorkomen dan de carnivoren, voor elk roofdier zijn 10 tot 20 prooidieren. De reden dat in La Brea de fossielen van de carnivoren die van de herbivoren overtreffen is omdat hier een Predator Trap heeft plaatsgevonden.
Predator traps hebben zich in het verleden meerdere malen voorgedaan, en een predator trap ontstaat volgens een vast scenario. Het begint met één of meerdere dieren, meestal grote herbivoren, die komen te overlijden door een "natuurlijke val", iets in de omgeving dat dodelijk is voor de aldaar aanwezige dieren. In het geval van La Brea waren het meren waarin op een natuurlijke manier asvalt werd gevormd, die samenstroomde en zo een soort van moeras vormde waar elk dier die er een poot in zette in vast kwam te zitten. Vandaag de dag zijn er nog kleine delen over van de asvaltmeren.. Roofdieren uit de omgeving werden dan gelokt door de geur van rottend vlees, maar wanneer zij de karkassen naderen werden ze ook slachtoffer van de predator trap, ze kwamen dus ook vast te zitten in het asvalt. De nieuwe lijken trokken dan weer nieuwe roofdieren aan, die ook weer vast kwamen te zitten, en zo hield de predator trap zichzelf in stand. Deze helse cyclus heeft zich vele duizende jaren voortgezet. Jammer voor de dieren, maar doordat het asvalt hun botten fossiliseerde kunnen wetenschappers nu tot in de details onderzoeken hoe de dieren leefde. Door dieren te onderzoeken van verschillende leeftijden kunnen wetenschappers leren hoe de dieren groeiden, en geheelde verwondingen en gebroken botten geven aanwijzingen hoe de dieren zich gedroegen in hun dagelijks leven.
Zo heeft men bijvoorbeeld ontdekt dat zowel sabeltandkatten als dire wolfs in groepen leefden en jaagden, en er een eigen territorium op na hielden.





