In 1763 ontwikkelde de zweedse bioloog Linnaeus een systeem om alle organismen op aarde te classificeren. Hij deelde ze in in verschillende groepen waarbij alle leden van een groep iets gemeenschappelijks hadden. Hoewel sommige biologen nu denken dat het systeem van Linnaeus wat verouderd is, of zelfs nooit echt goed is geweest behalve voor planten, wordt het nog veel gebruikt. Linnaeus deelde bijvoorbeeld de gewervelde dieren in in vijf groepen: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën en de vissen. Een gewerveld dier behoord altijd tot één van die groepen en niet anders. De goeie man had er geen rekening mee gehouden dat er zoiets als evolutie is. In zijn tijd was dat nog niet ontdekt. We weten nu dat uit de vissen de amfibieën zijn ontstaan, daaruit de reptielen, en daaruit de zoogdieren en vogels. Dus als je weet dat ze soms veranderen wordt het moeilijk om ze nog op die manier in te delen. En er waren toen ook nog geen dieren ontdekt als Thrinaxodon, dat was een schakel tussen de reptielen en zoogdieren, dus waar moet je hem dan plaatsen? Het is geen reptiel, maar ook niet echt een zoogdier. Vandaar dat men een nieuw systeem heeft bedacht, genaamd phylogeny, dat houdt rekening met evolutie.
Alle dieren worden geclassificeerd volgens een vastaand systeem, of het nu gaat over vissen of insecten of zoogdieren. Dit systeem wordt ook toegepast op uitgestorven dieren. Bovenaan in dit systeem zitten dus dieren die maar heel vaag iets met elkaar gemeen hebben, bijvoorbeeld Gewervelde dieren en onderaan in dit systeem zitten dieren die veel op elkaar lijken. Bij Species, het laagste in dit systeem zit dus één specifieke soort. Dit is de basis hierarchie;
Als het nodig is kunnen hier nog onderverdelingen tussen worden geschoven. Een extra verdeling onmiddellijk boven een van de standaard rijen wordt voorafgegaan door het woordje -super. B.v. Superorde. Een extra verdeling onmiddellijk onder een standaard rij wordt voorafgegaan door het woord -onder. B.v. Onderorde. Als er een nog grotere verfijning nodig is wordt dat voorafgegaan door het woordje -infra. B.v. Infraorde. Als er echt heel diep op de details wordt ingegaan worden er nog rijen aan toegevoegd zoals Cohorten, Legioenen en Stammen.
Wij mensen worden als volgd geclassificeerd:
Rijk: Dieren.Dat klinkt een beetje vreemd, (wij mensen dieren?) maar als je moest kiezen tussen planten, schimmels, bacteriën of dieren, dan lijken we toch het meest op die laatste. Phylum: Gewervelden.Omdat we een ruggengraad hebben zijn we gewerveld. Klasse: Zoogdieren.We werden levend geboren en kregen borstvoeding toen we een dreumes waren Onderklasse: Placentaire Zoogdieren.Dat wil zeggen dat we geen buideldieren zijn. Orde: Primaten.Onze handen en vooruitkijkende ogen zijn onder andere kenmerken van de primaten. Familie: Hominiden.Omdat we rechtop lopen. Genus: Homo. Species: sapiens.
De zoogdieren worden als volgd ingedeeld: (* = helemaal uitgestorven)
Rijk: Animalia (Dieren) Phylum: Chordata (Gewervelden) Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Onderklasse Eutheria (Placentaire zoogdieren):
Onderklasse Metatheria (Buideldieren):
Onderklasse Prototheria:
Onderklasse Multituberculata:* (Geen onderverdeling)