Een Noord-Amerikaanse reuzenkameel die niet in de woestijn leefde.
Kamelen zijn niet altijd woestijndieren geweest, voordat zich in het Pleistoceen de woestijnen begonnen te ontwikkelen waren kamelen hele normale
bos -en graslanddieren, net als paarden. En hoewel kamelen nu niet meer zijn weg te denken uit de Sahara komen ze oorspronkelijk uit Noord-Amerika.
Er leven nu wellenswaar opnieuw kamelen in Amerika en ook in Australië, maar die zijn door de mens geïnporteerd. De lama komt natuurlijk wel nog voor in
Zuid-Amerika, en die is nauw verwant aan de kamelen.
De kamelen zijn begonnen zoals alle zoogdieren, kleine bosdieren die tussen de bomen van het Eoceense regenwoud gallopeerden. In de loop der tijd paste
ze zich aan aan de veranderingen, ze kwamen het bos uit toen dat begon te verdwijnen, ze pasten zich aan aan het eten van gras en ze groeiden om zich tegen roofdieren
te beschermen. Titanotylopus vormt letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van de kamelen, hij was hoger dan de meeste olifanten van die tijd en een mens
zou tussen zijn poten kunnen gaan staan zonder z'n hoofd te stoten. Nou ja, als de kamelen van toen al net zo humurig waren als die van nu zal hij wellicht
een flinke trap hebben gekregen, maar in theorie dan.
Omdat Titanotylopus waarschijnlijk nooit een woestijn heeft gezien had hij ook geen aanpassingen voor het woestijnleven zoals de hedendaagse kamelen.
Dus geen vetbulten en geen aanpassingen om vocht vast te houden.