| betekenis: | "Reuzenbeest" |
| dieet: | herbivoor |
| grootte: | 6 meter lang en 2 meter hoog bij de heup |
| gewicht: | 3,8 ton |
| tijd: | Pleistoceen |
| locatie: | Zuid- Amerika |
Megatherium was een grote, langzame herbivoor, door zijn grote omvang had hij geen natuurlijke vijanden. In die tijd liepen er wellenswaar sabeltandkatten
rond, maar de Megatherium, zo groot als een olifant, beschikte over opmerkelijke verdedigingswapens; enorme klauwen zoals die bij een gewone luiaard, maar
dan veel groter. Ook werden er eens bij een skelet grote aantallen kiezelsteenachtige huidbotjes ontdekt, die zaten bij het beest vlak onder de huid en vormden
een ondoordringbare "maliënkolder". Zou dit verklaren waarom de pijlen van de indianen geen uitwerking hadden?
Door de vele sporen die Megatherium en andere grondluiaards hebben achtergelaten weten we veel over dit dier. In de bewaard gebleven mest bijvoorbeeld
werden 27 soorten planten ondekt, het waren niet erg kieskeurige eters. Uit gemummificeerde huid weten we dat ze een lange, donkerbruine vacht hadden.
Heel eigenaardig zijn wel de voetsporen, die laten zien dat grondluiaards op de zijkant van hun voeten liepen. De sporen hebben de vorm van een komma.
Maar het eigenaardigste moet nog komen; uit de sporen blijkt dat Megatherium regelmatig op twee poten liep! Voor zo'n groot (Ik zei het al: groote van een olifant...)
en zwaar beest is dat vreemd want je zou denken dat hij dan door z'n rug zou gaan. De sporen laten zien dat Megatherium op twee poten sneller was dan op vier.
Een mogelijke verklaring ligt in de rugwervels. Luiaards en grondluiaards behoren tot de familie der Xenartha. Dit zijn de inheemse zoogdieren van Zuid - Amerika,
ze worden gekenmerkt door dat ze extra gewrichten tussen de rugwervels hebben. Hierdoor konden de reuzengordeldieren hun zware pantser dragen, en wellicht konden
de luiaards door hun versterkte rug hun grote gewicht op twee poten laten rusten.


