| dieet: | herbivoor |
| grootte: | 2,6 meter (m) 1,8 meter (v) |
| gewicht: | ongeveer 700 kilo |
| tijd: | Oligoceen |
| locatie: | Azië en Afrika |
Waar die klauwen precies goed voor waren is niet bekend. Er is gedacht dat ze gebruikt werden om plantewortels uit te graven, maar dat is onwaarschijnlijk.
Plantenwortels zijn taai en zullen, net uitgegraven, onder het zand hebben gezeten. De tanden van Chalicotherium vertonen nauwelijks slijtage, dus zullen ze alleen
zacht voedsel hebben gegeten, en zonder zand. Gedacht word nu dat ze met de klauwen takken naar zich toe konden trekken. In ieder geval waren ze goede verdedigingswapens
tegen rovers. Maar de tweede groep schijnt zich ook zonder klauwen te hebben kunnen redden. De knokkellopende Chalicotheria stierven uit in het Plioceen, de andere groep
overleefde in Afrika wat langer en stierf naar men denkt uit in het Pleistoceen.
Hoewel locale boeren in een afgelegen gebied in Kenia, bij het dorpje Nandi, al jaren zeggen dat er een vreemd, beerachtig nachtdier in de bossen leeft.
Veel cryptozoölogen (die bestuderen zeeslangen, verschrikkelijke sneeuwmannen, enzovoort.) denken dat dit een van de laatste Chalicotheren zijn. Niet te vergeten, dit is
een dier dat nog maar enkele duizenden in plaats van enkele miljoenen jaren geleden verdween.
