Een zuid-Amerikaans vleesetend buideldier.
Borhyaena had een wat gedrongen lichaamsbouw en liep op zijn voetzolen, zodat hij een beerachtig voorkomen had. Hij was ongeveer zo groot als een wolf maar kon niet erg hard rennen, bijgevolg zal het wellicht een aaseter zijn geweest of alleen hebben gejaagd vanuit een hinderlaag.
De 19 centimeter lange schedel heeft stevige tanden met grove knobbels. De grote hoektanden en de maaltanden in het jukbeen geven aan dat het een vleeseters was. Borhyaena was minder goed bedeeld dan de placentaire carnivoren om prooi te verscheuren want hij had geen scheur -en snijtanden. Zijn hersens waren nog primitief en klein en bevatten weinig hersenwindingen, wat inhoudt dat hij zich niet erg snel heeft kunnen verplaatsen. Zijn neusholte is echter zeer wijd en wijst op een sterke reuk. Als hij niet aasde joeg hij misschien op knaagdieren, zelf liep hij waarschijnlijk gevaar voer te worden voor Phorusrhacos.