Ambulocetus
| betekenis: |
"Wandelende walvis" |
| dieet: |
carnivoor |
| grootte: |
3 meter lang |
| tijd: |
vroeg Eoceen |
| locatie: |
Pakistan |
Hij lijkt op een grote otter, maar dit is de vroegste vorm van de walvis.
Er waren al wel eens eerder fossielen gevonden van amfibische zoogdieren die aan de basis stonden van de walvisstamboom, maar Ambulocetus is wel de spectaculairste.
Pakistan lijkt de wieg van de walvissen te zijn, in 1983 werd hier de schedel gevonden van Pakicetus. In 1994 werd een nog veel mooiere ontdekking gedaan, toen werden
de resten van Ambulocetus in een afgelegen gebied in Pakistan ontdekt, met diverse mooie fossielen en één kompleet skelet is onze kennis over de voorouders
van de walvissen met sprongen vooruit gegaan.
Ambulocetus leefde zowel in het water als op het land, hij leek op een grote otter, maar zijn jachttechniek was waarschijnlijk ongeveer zoals die van een krokodil. Hij
verborg zich onder water aan de rand van een meer of rivier en wachte tot er een dorstige prooi voorbij kwam. Als die zich te dicht bij het water begaf sprong Ambulocetus
naar voren, en de enorme kaken deden de rest. Uit de stoffen die in de tanden zijn gevonden weten we dat hij zowel in zoet als zout water heeft geleefd.
Ambulocetus had geen oren. Hij hoorde met een zogenaamd s-vormig gehoorsbeentje, dit is wat moderne walvissen al hebben, dus dat geeft aan de Ambulocetus, hoewel een vroege
walvisachtige, al over dat ontwikkelde systeem beschikte. Pakicetus had dit nog niet. Walvissen hebben dit systeem ontwikkeld om onder water te kunnen horen. Met gewone oren voor
boven water hoor je wel geluid onder water, maar je kunt de richting niet bepalen vanwaar het komt. Walvissen hebben dus een aangepast oor zodat ze wel goed kunnen horen onder water.
Het zwemgedrag is bij de "oudere dieren", die al langer bestaan, verschillend van die korter geleden zijn ontstaan. Vissen, amfibieën en reptielen, de "oudere dieren" zwemmen door met hun staart heen en weer golvende bewegingen te maken, en zo
door het water te peddelen. De zeezoogdieren, (Met uitzondering van zeehonden en walrussen, die zwemmen ook met heen en weer bewegingen.) daarintegen bewegen hun staart
op en neer, hun ruggengraad is veel meer geschikt om golvende bewegingen op en neer te maken dan zijwaarts. Eigenlijk zijn de bewegingen van de ruggengraat van een zwemmende
walvis dezelfde als die van een hond of een kat als die hard rent. Dus de manier van zwemmen van walvissen is ontstaan uit het galloperen van hun op het land levende voorouders.
© J.Arts