Een sabeltandkat die gespecialiseerd was in het jagen op mammoeten.
Homotherium was waarschijnlijk een echte mammoetjager, deze sabeltandkat had niet zulke lange tanden als bijvoorbeeld Smilodon, maar ze waren niet minder effectief voor het doorboren van de nek van de prooi. De achterpoten waren korter dan de voorpoten, dit geeft aan dat Homotherium niet zozeer een snelle renner was, maar wel bijzonder hoog kon springen. Een eigenschap die goed van pas komt om een mammoetrug te kunnen bespringen. Volwassen mammoeten waren geen partij voor Homotheriums, ondanks hun grote omvang en kracht. De jonge mammoeten daarentegen waren een ideale prooi. Hun jachttechniek zal misschien zo zijn verlopen; waarneer een kudde mammoeten voorbij trok verschool de groep jagers zich in de struiken en het hoge gras. Waarneer ze een jonge of zieke mammoet hadden uitgekozen sprongen ze naar voren, beten in de poten, in de flank, sprongen op de rug en beten in de nek zo veel ze konden. Waarneer de rest van de kudde aanstormde trokken ze zich weer terug en zochten beschutting in het struikgewas. Waarneer de kudde weer verder ging moesten ze de gewonde mammoet achterlaten, waarop de Homotheriums weer tevoorschijn kwamen en het slachtoffer in de keel beten. De mammoet viel om en de katten hadden te eten.